Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/91997551.webp
mõistma
Kõike arvutite kohta ei saa mõista.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
cms/verbs-webp/81973029.webp
algatama
Nad algatavad oma lahutuse.
initiëren
Ze zullen hun scheiding initiëren.
cms/verbs-webp/119425480.webp
mõtlema
Malet mängides pead sa palju mõtlema.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
cms/verbs-webp/47969540.webp
pimedaks jääma
Mees märkidega on jäänud pimedaks.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
cms/verbs-webp/43100258.webp
kohtuma
Mõnikord kohtuvad nad trepikojas.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
cms/verbs-webp/109588921.webp
välja lülitama
Ta lülitab äratuse välja.
uitzetten
Ze zet de wekker uit.
cms/verbs-webp/115520617.webp
üle sõitma
Auto sõitis jalgratturi üle.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
cms/verbs-webp/124458146.webp
usaldama
Omanikud usaldavad oma koerad mulle jalutuskäiguks.
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
cms/verbs-webp/100011426.webp
mõjutama
Ära lase end teiste poolt mõjutada!
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
cms/verbs-webp/123844560.webp
kaitsma
Kiiver peaks kaitsma õnnetuste eest.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.
cms/verbs-webp/121264910.webp
tükeldama
Salati jaoks tuleb kurki tükeldada.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
cms/verbs-webp/110347738.webp
rõõmustama
Värav rõõmustab Saksa jalgpallifänne.
verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.