Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
poskakovat
Dítě veselě poskakuje.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
vyhledat
Co nevíš, musíš si vyhledat.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
přinést
Rozvozce pizzy přiveze pizzu.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
opravit
Učitel opravuje eseje studentů.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
krmit
Děti krmí koně.
voeden
De kinderen voeden het paard.
posunout
Brzy budeme muset hodiny opět posunout zpět.
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
zatěžovat
Kancelářská práce ji hodně zatěžuje.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
dokázat
Chce dokázat matematický vzorec.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
snídat
Rádi snídáme v posteli.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
zvýšit
Populace se výrazně zvýšila.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
měnit
Automechanik mění pneumatiky.
vervangen
De automonteur vervangt de banden.