Woordenlijst

Leer werkwoorden – Catalaans

cms/verbs-webp/92456427.webp
comprar
Ells volen comprar una casa.
kopen
Ze willen een huis kopen.
cms/verbs-webp/77646042.webp
cremar
No hauries de cremar diners.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
cms/verbs-webp/118868318.webp
agradar
A ella li agrada més la xocolata que les verdures.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
cms/verbs-webp/5135607.webp
mudar-se
El veí es muda.
verhuizen
De buurman verhuist.
cms/verbs-webp/116877927.webp
muntar
La meva filla vol muntar el seu pis.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
cms/verbs-webp/79404404.webp
necessitar
Tinc set, necessito aigua!
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
cms/verbs-webp/34725682.webp
suggerir
La dona li suggereix alguna cosa a la seva amiga.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
cms/verbs-webp/120515454.webp
alimentar
Els nens estan alimentant el cavall.
voeden
De kinderen voeden het paard.
cms/verbs-webp/102136622.webp
estirar
Ell estira el trineu.
trekken
Hij trekt de slee.
cms/verbs-webp/121180353.webp
perdre
Espera, has perdut la teva cartera!
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
cms/verbs-webp/107273862.webp
estar interconnectat
Tots els països de la Terra estan interconnectats.
verbonden zijn
Alle landen op aarde zijn met elkaar verbonden.
cms/verbs-webp/115847180.webp
ajudar
Tothom ajuda a muntar la tenda.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.