Woordenlijst
Leer werkwoorden – Nynorsk
lukka
Ho lukkar gardinene.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
vakne
Han har nettopp vakna.
wakker worden
Hij is net wakker geworden.
snakke med
Nokon burde snakke med han; han er så einsam.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
unngå
Han må unngå nøtter.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
miste
Han mista sjansen for eit mål.
missen
Hij miste de kans op een doelpunt.
vente
Søstera mi ventar eit barn.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
vente
Ho ventar på bussen.
wachten
Ze wacht op de bus.
reise
Vi likar å reise gjennom Europa.
reizen
We reizen graag door Europa.
auke
Firmaet har auka inntektene sine.
verhogen
Het bedrijf heeft zijn omzet verhoogd.
returnere
Læraren returnerer stilane til elevane.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
reise
Han likar å reise og har sett mange land.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.