Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen
gooien naar
Ze gooien de bal naar elkaar.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
houden
Je mag het geld houden.
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.