Woordenlijst
Roemeens – Werkwoorden oefenen
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
brengen
De bezorger brengt het eten.
smaken
Dit smaakt echt goed!
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
bellen
Ze kan alleen bellen tijdens haar lunchpauze.
denken
Wie denk je dat sterker is?
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.