Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
geloven
Veel mensen geloven in God.
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.