Woordenlijst
Perzisch – Werkwoorden oefenen
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
sturen
Hij stuurt een brief.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
rondkomen
Ze moet rondkomen met weinig geld.
bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.