Woordenlijst
Catalaans – Werkwoorden oefenen
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
schreeuwen
Als je gehoord wilt worden, moet je je boodschap luid schreeuwen.
plukken
Ze plukte een appel.
huilen
Het kind huilt in het bad.
verdenken
Hij verdenkt dat het zijn vriendin is.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
gaan
Waar is het meer dat hier was heengegaan?
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
spelen
Het kind speelt liever alleen.