Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
drukken
Hij drukt op de knop.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
vervoeren
De vrachtwagen vervoert de goederen.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
rondreizen
Ik heb veel rond de wereld gereisd.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.