Woordenlijst
Servisch – Werkwoorden oefenen
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
dragen
De ezel draagt een zware last.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
eisen
Hij eist compensatie.