Woordenlijst
Roemeens – Werkwoorden oefenen
brengen
De bezorger brengt het eten.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
toestaan
Men mag depressie niet toestaan.
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.