Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
openen
Kun je dit blikje voor me openen?