Woordenlijst
Servisch – Werkwoorden oefenen
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
draaien
Ze draait het vlees.
melden
Ze meldt het schandaal aan haar vriendin.
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?