Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
verlaten
Toeristen verlaten het strand rond de middag.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.