Woordenlijst
Japans – Werkwoorden oefenen
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
werken
Ze werkt beter dan een man.
slapen
De baby slaapt.
geldig zijn
Het visum is niet meer geldig.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.