Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
wassen
De moeder wast haar kind.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
draaien
Ze draait het vlees.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
eten
De kippen eten de granen.