Woordenlijst
Roemeens – Werkwoorden oefenen
openen
Het kind opent zijn cadeau.
sparen
Mijn kinderen hebben hun eigen geld gespaard.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.