Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
langskomen
De artsen komen elke dag bij de patiënt langs.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?