Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
uitspringen
De vis springt uit het water.
schilderen
Hij schildert de muur wit.
besparen
Je bespaart geld als je de kamertemperatuur verlaagt.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
slapen
De baby slaapt.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
vertrekken
De trein vertrekt.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.