Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
terugbrengen
De hond brengt het speelgoed terug.
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.
melden
Ze meldt het schandaal aan haar vriendin.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
schrijven
Hij schrijft een brief.
controleren
De tandarts controleert de tanden.