Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.
belasten
Bedrijven worden op verschillende manieren belast.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
sturen
Hij stuurt een brief.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
geven
Wat heeft haar vriend haar voor haar verjaardag gegeven?
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?