Woordenlijst
Japans – Werkwoorden oefenen
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
rennen
De atleet rent.
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
gooien naar
Ze gooien de bal naar elkaar.
vertrekken
De trein vertrekt.
stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.