Woordenlijst
Turks – Werkwoorden oefenen
slaan
Ze slaat de bal over het net.
drinken
De koeien drinken water uit de rivier.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
zoeken
Ik zoek paddenstoelen in de herfst.
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
activeren
De rook activeerde het alarm.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.