Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
schreeuwen
Als je gehoord wilt worden, moet je je boodschap luid schreeuwen.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.