Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
zitten
Ze zit bij de zee tijdens zonsondergang.
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
zoeken
Ik zoek paddenstoelen in de herfst.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
bellen
Het meisje belt haar vriendin.