Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
kopen
Ze willen een huis kopen.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
omgaan
Men moet met problemen omgaan.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.