Woordenlijst
Afrikaans – Werkwoorden oefenen
straffen
Ze strafte haar dochter.
verantwoordelijk zijn voor
De arts is verantwoordelijk voor de therapie.
duwen
Ze duwen de man het water in.
bidden
Hij bidt in stilte.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
beperken
Moet handel worden beperkt?
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.