Woordenlijst
Perzisch – Werkwoorden oefenen
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
drinken
Ze drinkt thee.
sterven
Veel mensen sterven in films.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.
uitknijpen
Ze knijpt de citroen uit.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
tegenover liggen
Daar is het kasteel - het ligt er recht tegenover!