Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
verhuizen
De buurman verhuist.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
winnen
Hij probeert te winnen met schaken.
liggen
Ze waren moe en gingen liggen.
ontmoeten
Ze ontmoetten elkaar voor het eerst op het internet.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.