Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.
branden
Er brandt een vuur in de open haard.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
eindigen
De route eindigt hier.
leiden
Hij leidt graag een team.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.