Woordenlijst
Catalaans – Werkwoorden oefenen
liggen
De kinderen liggen samen in het gras.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
eindigen
De route eindigt hier.
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.