Woordenlijst
Leer bijwoorden – Catalaans
més
Els nens més grans reben més diners de butxaca.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
mig
El got està mig buit.
half
Het glas is half leeg.
al matí
He de llevar-me d‘hora al matí.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
abans
Ella era més grassa abans que ara.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
de nou
Ell escriu tot de nou.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
mai
Has perdut mai tots els teus diners en accions?
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
per exemple
Com t‘agrada aquest color, per exemple?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
ja
La casa ja està venuda.
al
Het huis is al verkocht.
primer
La seguretat ve primer.
eerst
Veiligheid komt eerst.
enlloc
Aquestes pistes no condueixen a enlloc.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
sovint
No es veuen tornados sovint.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.