Woordenlijst
Catalaans – Werkwoorden oefenen
duwen
De verpleegster duwt de patiënt in een rolstoel.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
achterlaten
Ze liet een stuk pizza voor me achter.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.