Woordenlijst
Catalaans – Werkwoorden oefenen
geld uitgeven
We moeten veel geld uitgeven aan reparaties.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.