Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
ride along
May I ride along with you?
meerijden
Mag ik met je meerijden?
dispose
These old rubber tires must be separately disposed of.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
mix
Various ingredients need to be mixed.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
translate
He can translate between six languages.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
imitate
The child imitates an airplane.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
protect
The mother protects her child.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
comment
He comments on politics every day.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
underline
He underlined his statement.
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
pass by
The train is passing by us.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
cancel
He unfortunately canceled the meeting.
annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.
run away
Some kids run away from home.
weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.