Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
move in together
The two are planning to move in together soon.
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.
cause
Too many people quickly cause chaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
hire
The company wants to hire more people.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
leave
Tourists leave the beach at noon.
verlaten
Toeristen verlaten het strand rond de middag.
leave speechless
The surprise leaves her speechless.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
surpass
Whales surpass all animals in weight.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
promote
We need to promote alternatives to car traffic.
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
tell
I have something important to tell you.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
discuss
The colleagues discuss the problem.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
protest
People protest against injustice.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.
miss
He misses his girlfriend a lot.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.