Woordenlijst

Leer werkwoorden – Litouws

cms/verbs-webp/120900153.webp
išeiti
Vaikai pagaliau nori išeiti laukan.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
cms/verbs-webp/119235815.webp
mylėti
Ji tikrai myli savo arklią.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
cms/verbs-webp/68212972.webp
pasakyti
Kas žino kažką, gali pasakyti pamokoje.
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.
cms/verbs-webp/93150363.webp
pabusti
Jis ką tik pabudo.
wakker worden
Hij is net wakker geworden.
cms/verbs-webp/101938684.webp
atlikti
Jis atlieka remontą.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
cms/verbs-webp/86196611.webp
užvažiuoti
Deja, daug gyvūnų vis dar užvažiuojami automobiliais.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
cms/verbs-webp/107996282.webp
nurodyti
Mokytojas nurodo pavyzdį ant lentos.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
cms/verbs-webp/61162540.webp
suaktyvinti
Dūmai suaktyvino signalizaciją.
activeren
De rook activeerde het alarm.
cms/verbs-webp/84365550.webp
transportuoti
Sunkvežimis transportuoja prekes.
vervoeren
De vrachtwagen vervoert de goederen.
cms/verbs-webp/95190323.webp
balsuoti
Žmonės balsuoja už ar prieš kandidatą.
stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
cms/verbs-webp/101945694.webp
pamiegoti
Jie nori pagaliau pamiegoti bent vieną naktį.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
cms/verbs-webp/3270640.webp
persekioti
Kovotojas persekioja arklius.
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.