Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
voziti se
Automobili se voze u krugu.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
podsjetiti
Računar me podsjeća na moje sastanke.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
ćaskati
Učenici ne bi trebali ćaskati tokom časa.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
donijeti
Dostavljač donosi hranu.
brengen
De bezorger brengt het eten.
seliti se
Moj nećak se seli.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
procijeniti
On procjenjuje učinak firme.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
roditi
Uskoro će roditi.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
upoznati
Čudni psi žele se upoznati.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
dodirnuti
Farmer dodiruje svoje biljke.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
izlaziti
Djevojčice vole izlaziti zajedno.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
nadzirati
Sve se ovdje nadzire kamerama.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.