Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/94312776.webp
darovati
Ona daruje svoje srce.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
cms/verbs-webp/90773403.webp
pratiti
Moj pas me prati kad trčim.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/55788145.webp
prekriti
Dijete prekriva svoje uši.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
cms/verbs-webp/119895004.webp
pisati
On piše pismo.
schrijven
Hij schrijft een brief.
cms/verbs-webp/118003321.webp
posjetiti
Ona posjećuje Pariz.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
cms/verbs-webp/105238413.webp
štedjeti
Možete štedjeti novac na grijanju.
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
cms/verbs-webp/55372178.webp
napredovati
Puževi napreduju samo sporo.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
cms/verbs-webp/127720613.webp
nedostajati
Puno mu nedostaje njegova djevojka.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
cms/verbs-webp/41019722.webp
voziti se
Nakon kupovine, njih dvoje voze se kući.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
cms/verbs-webp/116877927.webp
postaviti
Moja kćerka želi postaviti svoj stan.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
cms/verbs-webp/65915168.webp
šuštati
Lišće šušti pod mojim nogama.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
cms/verbs-webp/91367368.webp
šetati
Obitelj šeta nedjeljom.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.