Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/92145325.webp
kijken
Ze kijkt door een gat.
kyk
Sy kyk deur ’n gat.
cms/verbs-webp/27076371.webp
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
behoort
My vrou behoort aan my.
cms/verbs-webp/91696604.webp
toestaan
Men mag depressie niet toestaan.
toelaat
Mens moet nie depressie toelaat nie.
cms/verbs-webp/109766229.webp
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
voel
Hy voel dikwels alleen.
cms/verbs-webp/93221270.webp
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
verdwaal
Ek het op my pad verdwaal.
cms/verbs-webp/104825562.webp
instellen
Je moet de klok instellen.
stel
Jy moet die horlosie stel.
cms/verbs-webp/118588204.webp
wachten
Ze wacht op de bus.
wag
Sy wag vir die bus.
cms/verbs-webp/99455547.webp
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
aanvaar
Sommige mense wil nie die waarheid aanvaar nie.
cms/verbs-webp/110775013.webp
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
neerskryf
Sy wil haar besigheidsidee neerskryf.
cms/verbs-webp/84472893.webp
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
ry
Kinders hou daarvan om fietse of stootskooters te ry.
cms/verbs-webp/81740345.webp
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
opsom
Jy moet die sleutelpunte van hierdie teks opsom.
cms/verbs-webp/59250506.webp
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
aanbied
Sy het aangebied om die blomme nat te gooi.