Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
voltooien
Ze hebben de moeilijke taak voltooid.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
slaan
Ze slaat de bal over het net.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
wonen
Ze wonen in een gedeeld appartement.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
straffen
Ze strafte haar dochter.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.