Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
slapen
De baby slaapt.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
beperken
Moet handel worden beperkt?
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
openen
Het kind opent zijn cadeau.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.