Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
bezitten
Ik bezit een rode sportwagen.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
duwen
De verpleegster duwt de patiënt in een rolstoel.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
drinken
Ze drinkt thee.
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.