Woordenlijst
Lets – Werkwoorden oefenen
schrijven
Hij schrijft een brief.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.