Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.
wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.