Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
beginnen
School begint net voor de kinderen.
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
worden dronken
Hij wordt bijna elke avond dronken.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
ontwikkelen
Ze ontwikkelen een nieuwe strategie.
bedekken
Ze bedekt haar gezicht.
ontmoeten
Ze ontmoetten elkaar voor het eerst op het internet.