Woordenlijst
Roemeens – Werkwoorden oefenen
eten
Wat willen we vandaag eten?
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
huilen
Het kind huilt in het bad.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.