Woordenlijst
Bulgaars – Werkwoorden oefenen
doorrijden
De auto rijdt door een boom.
kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
slapen
De baby slaapt.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
importeren
We importeren fruit uit veel landen.
eten
Wat willen we vandaag eten?
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.