Woordenlijst
Spaans – Werkwoorden oefenen
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
sturen
Hij stuurt een brief.
haten
De twee jongens haten elkaar.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
voorzien
Strandstoelen worden voor de vakantiegangers voorzien.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
bidden
Hij bidt in stilte.
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?